Total 24 Hours of Spa: het verhaal

9 Maart 2018

In 2018 vieren de Total 24 Hours of Spa hun 70ste verjaardag. Door de jaren heen zorgde deze uithoudingsklassieker voor enkele mijlpalen in de internationale enduranceracerij. In dit driedelig verhaal blikken we even terug op de geschiedenis van het evenement.

Deel I: 1924-1953

Na de Eerste Wereldoorlog wou iedereen in Europa zijn leven zo snel mogelijk opnieuw op de sporen krijgen. De organisatie van grootse sportevenementen speelde daar een belangrijke rol in.

In 1921 werd in de Belgische Ardennen een nieuw circuit gecreëerd, rond het kleine dorp Francorchamps nabij Spa. Het legendarische circuit van Spa-Francorchamps was geboren. Een jaar later organiseerde de Royal Automobile Club of Belgium al een eerste Grand Prix en na het succes van de eerste editie van de 24 Uur van Le Mans te hebben waargenomen besloten de managers van de Belgische federatie in 1923 om een eigen endurancerace op poten te zetten. Het doel was de Belgische autobouwers de kans te geven het op eigen terrein op te nemen tegen de buitenlandse concurrentie. 

Op 19 en 20 juli 1924 werd de ‘Grand Prix de Belgique’ georganiseerd, met 27 auto’s aan de start. Omdat de lichten op de wagens nog verre van voldoende waren, werden er rond het 15 kilometer lange circuit 200 acetyleenlampen geplaatst. Er was zelfs vuurwerk op zaterdagavond! Bijzonder puntje in het reglement: gedurende de hele 24 uur bleef dezelfde mecanicien in de auto zitten, terwijl de twee rijders elkaar aan het stuur afwisselden. Ondanks de regen en de mist reden Henri Springuel en Maurice Becquet met een Bignan 2.0 l naar de zege, met een gemiddelde snelheid van 78 km/u.

De wedstrijd wekte heel wat enthousiasme en ondanks grote concurrentie van Le Mans werd er een jaar later een volgende editie georganiseerd, met 48 bolides aan de start. André Lagache en René Léonard en hun 4-liter Chenard&Walker schreven hun naam op de erelijst, een jaar later reed de Peugeot 18 CV van André Boillot en Louis Rigal van start tot finish aan de leiding.

In 1927 werd Excelsior het enige Belgische merk dat de wedstrijd wist te winnen. Niet dat veel toeschouwers de 1-2 hadden bijgewoond, want de weergoden lieten zich van hun slechtste kant zien: het regende bijna 20 uur lang. Die omstandigheden verhinderden ook dat de Belgen met het hele podium gingen lopen, want de derde wagen ging rond vier uur ’s ochtends van de baan. De wagen rukte vijftig meter afsluiting uit de grond en kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig was het chassis van de Excelsior ‘Albert I’ (naar de Belgische koning) stevig genoeg en overleefde de rijder de klap.

Het volgende jaar stonden er geen Belgische wagens aan de start. Hoewel er zeven Amerikaanse machines op de grid stonden (vijf Chryslers, een Auburn en een Studebaker die al na één ronde verdween) werd het opnieuw een Europees duel om de zege. Bugatti – aan zijn eerste 24-uursrace toe – verdedigde de Franse kleuren, terwijl Italië rekende op de al succesvolle Alfa Romeo’s. Deze laatsten wisten uiteindelijk ook te winnen, en Ivanowsky en Marinoni zetten met 2463 kilometer een nieuw afstandsrecord.

Heel wat autobouwers werden getroffen door de wereldwijde recessie en in 1929 was Minerva het laatste Belgische merk dat voor de algemene overwinning kon strijden. Die editie werd echter een ramp voor de Belgen. Eén wagen ging van de baan, waarbij een commissaris om het leven kwam, en de enige Minerva die aan de eindstreep geraakte werd achteraf gediskwalificeerd wegens hulp van buitenaf. België’s meest populaire rijder Freddy Charlier verloor vroeg in de wedstrijd vijftig minuten door reparaties aan zijn Bugatti Type 43 en in een poging om die verloren tijd goed te maken ging hij hard van de baan in Masta. Charlier was op slag dood.

Tijdens de volgende edities was Alfa Romeo het te kloppen merk. Tussen 1929 en 1938 zorgden de 6C en 8C modellen voor vijf overwinningen, Attilio Marinoni wist drie keer opeenvolgende te zegevieren. Het zou 54 jaar duren vooraleer Hans Heyer er in slaagde Marinoni’s record te evenaren. In 1931 bleek de door Ferdinand Porsche ontworpen Mercedes SSK een stevige tegenstander voor de Italiaanse armada. Na elektrische problemen voor de leidende Alfa wist de monsterlijke Mercedes met 7,1 liter-motor van Geffredo Zehender en de Russische prins Dimitri Jorjadze de eerste overwinning van het Duitse merk te scoren. 

In de loop van de tweede helft van de jaren ’30 werden de gevolgen van de beurscrash van Wall Street steeds meer merkbaar in de autosport. In 1934, 1935 en 1937 werd er geen 24-uursrace in Spa georganiseerd.  De edities van 1936 en 1938 werden gewonnen door Alfa Romeo, twee keer met Francesco Severi. In de zomer van 1939 pakten donkere wolken zich samen boven Europa, en niemand dacht er toen aan om een race te organiseren.

De Tweede Wereldoorlog bracht grote schade toe aan het circuit en de infrastructuur in Francorchamps. De Slag om de Ardennen, gedurende de barre winter van 1944-45, sloeg diepe sporen in de regio, niet in het minst in Stavelot, vlak naast het circuit. Honderden burgers kwamen er om het leven toen de Duitsers probeerden de stad te heroveren.

Het zou negen jaar duren vooraleer de 24 uur van Spa opnieuw op de internationale racekalender zouden prijken, een jaar vroeger dan de 24 Uur van Le Mans. Hoewel ongeveer de helft van de wagens op de 41 bolides sterke startgrid van voor de oorlog dateerden, slaagde het fabrieksteam van Aston Martin – sinds het jaar voordien in handen van zakenman David Brown – er toch om de splinternieuwe DB1 naar Spa te brengen. Na een zware race door regen en mist reden St John Horsfall en Leslie Johnson met de wagen naar de overwinning.

De editie van 1949 baadde dan weer in de zon, en Luigi Chinetti werd de eerste rijder die in hetzelfde jaar zowel in Le Mans als in Spa wist te winnen. Al scheelde het bij die laatste race niet veel, want een half uur voor de finish schoof hij op een olievlek van de baan. Chinetti slaagde er op wonderlijke wijze in om zijn Ferrari 166 terug naar de pits te brengen en na een snelle reparatie strompelde hij toch nog als winnaar over de streep. 

Races van 24 uur werden echter steeds minder populair en de organisatoren van Spa besloten er een punt achter te zetten en zich toe te leggen op races van twee uur. De creatie van het World Sports Car Championship blies de 24 Uur van Spa in 1953 nog een keer nieuw leven in, maar de organisatie van een Grand Prix in Lissabon zorgde er voor dat de organisatoren niet het verhoopte startveld naar Spa konden brengen. Toch zonden Ferrari en Alfa Romeo gerenommeerde fabrieksrijders als Ascari, Villoresi en Fangio naar de Ardennen, en ook Belgische sterren als Gendebien, Frère en Swaters tekenden present. Nino Farina en Mike Hawthorn bezorgden Ferrari een nieuwe overwinning, maar wat later verloor Spa zijn WK-status en de 24-uursrace verdween opnieuw in de mottenballen. Het zou tot 1964 duren vooraleer de wedstrijd opnieuw werd georganiseerd.

 

Wordt vervolgd…


photocredits RACB