16 Maart 2018

Total 24 Hours of Spa: het verhaal - Deel II: 1964-2000

Total 24 Hours of Spa: a history - Part II: 1964-2000

In 2018 vieren de Total 24 Hours of Spa hun 70ste verjaardag. Door de jaren heen zorgde deze uithoudingsklassieker voor enkele mijlpalen in de internationale enduranceracerij. In dit driedelig verhaal blikken we even terug op de geschiedenis van het evenement. 


Deel II: 1964-2000

Toen de 24 uur van Francorchamps na de editie van 1953 hun WK-status verloren, zou het elf jaar duren vooraleer de wedstrijd opnieuw werd georganiseerd. In 1964 komen Hubert de Harlez (Royal Automobile Club of Belgium) en journalist-rijder Paul Frère met een eenvoudig, doch schitterend project opdraven: om zich te onderscheiden van Le Mans zijn de 24 Uur van Spa voortaan voorbehouden voor Toerismewagens.

Fabrieksteams van Alfa Romeo, BMC, BMW, Citroën, Glas, Ford, Lancia en Mercedes tekenen present en alle verwachtingen worden ingelost. Ondanks een heel zieke versnellingsbak (aan de finish functioneren nog slechts twee van de vijf versnellingen) gaan Robert Crevits en Gustave Gosselin met hun Mercedes 300 SE in die eerste toerwageneditie als eerste over de streep, met een ronde voorsprong op de BMW 1800Ti van Aaltonen-Hahne.

Het merk uit Beieren neemt tijdens de twee volgende edities weerwraak, met overwinningen voor de broers Pascal (met Gérard Langlois) en Jacky Ickx (met Hubert Hahne). Zowel de 1800 TISA (dat staat voor ‘Touring Internationale Sonderausführung’) en de 2000 TI waren een evolutie van de BMW 1500, de auto die in 1961 BMW wist te redden, nadat bleek dat de Bubble Cars en dikke V8-wagens onvoldoende waren om de toekomst van de firma te verzekeren.

Vreemd genoeg wordt dan gedurende drie jaar de Porsche 911, een volbloed GT, toegelaten tussen de Toerismewagens. Gaban-Pedro, Kremer-Kelleners-Kauhsen en Chasseuil - Ballot-Léna grijpen die buitenkans met beide handen. 

Aan het eind van de jaren zestig belandden ook wat exotische machines in de Belgische Ardennen, zoals de Mazda R100. De firma probeerde voet aan de grond te krijgen in Europa en vond België, met zijn open goederenverkeer, een heel gunstig land om zaken te doen. De 1-liter twinrotor Wankel-motoren verbaasden iedereen, en met een geluidsniveau van 150 decibel waren zo ook heel luid!

De Golden Seventies worden gekenmerkt door een duel tussen de Ford Capri RS en de BMW 3.0 CSL. Het hoogtepunt van die tweestrijd komt er in 1973, wanneer de wedstrijd op het scherp van de snee wordt gestreden. Helaas neemt de koers ook een dramatische wending, wanneer er drie doden vallen.

Met steeds stijgende snelheden – in 1973 zette Hans Stuck tijdens de vrije trainingen een rondje met een gemiddelde snelheid van 221,5 km/u neer, met topsnelheden van bijna 260 km/u – ziet men bij de Royal Automobile Club of Belgium in dat de rede opnieuw de bovenhand moet nemen. Men speelt een pioniersrol door het creëren van een ‘Groupe Francorchamps’. Dat is de voorbode van een toekomstige internationale reglementering, waarbij Groep 1 wagens mogen worden verbeterd, maar de snelle Groep 2’s worden geschrapt. Dat veranderde echter weinig aan het succes van BMW, dat de volgende drie edities won.



In 1977 komt er nieuwe wending: er wordt plaats geruimd voor de Groep 1-wagens, licht gewijzigde productiewagens. De laatste twee edities op het 14 kilometer lange oude circuit worden gewonnen door BMW en Ford, en in 1979 wordt het nieuwe, bijna 7 kilometer lange circuit in gebruik genomen. Het Belgische broederpaar Jean-Michel en Philippe Martin pakt er als eerste de zege met hun Ford Capri, iets wat ze een jaar later zouden herhalen. Met de uitzondering van 1981 (Mazda RX-7 van Tom Walkinshaw en Pierre Dieudonné) en 1984 (Jaguar XJS van Walkinshaw-Heyer-Percy) bleef de strijd tussen Ford en BMW verder razen, meestal in het voordeel van laatstgenoemde. De editie van 1985 werd gekenmerkt door een aantal stroomonderbrekingen, waardoor de race meer dan eens moest worden geneutraliseerd. Ondanks hevige regen aan het eind van de race verhinderde dat niet dat de winnende BMW 635 CSi van Ravaglia, Berger en Surer als eerste door de grens van 500 ronden ging.

Maar de categorie van de toerismewagens is aan het eind van de jaren ’80 op zoek naar een nieuw elan. Na het falen van het wereldkampioenschap in 1987 en de schrapping van het Europese kampioenschap door de FIA in 1989 moeten de organisatoren van de 24 Uur breder mikken om een voldoende groot startveld te verzamelen. Zonder internationale reglementen worden nu ook



Groep N en GT-auto’s toegelaten, meer in het bijzonder wagens die beantwoorden aan de Belgische interpretatie van de Groep N-regels. Dat leidt tot een volle startgrid, en ook tot de verschijning van exotische machines als de Ferrari Mondial van ex-F1-wereldkampioen Keke Rosberg. 

Vanaf 1991, als een hoogtechnologische en krachtige Nissan Skyline wint, gaat het steeds beter voor de GT’s. In 1992 waren de toerwagens nog aan de bovenhand – in de slotronden passeerde Steve Soper nog collega BMW-rijder Eric van de Poele, om hem uiteindelijk met amper 0,48 seconden te kloppen; zo werd Sopers teamgenoot Jean-Michel Martin de eerste rijder die de 24 uur van Spa vier keer wist te winnen – maar in 1993 staken de GT-Porsches er met kop en schouders bovenuit. De race wordt echter op zondagochtend stilgelegd, wegens de dood van Koning Boudewijn.

Na de editie van 1993 slaan de Ardense organisatoren een andere richting in. Ze kiezen voor de FIA Klasse 2 auto’s, beter gekend als Supertoerisme-wagens, bolides die in de eerste plaats voor sprintwedstrijden zijn ontworpen, maar die uiteindelijk toch ook over een lange adem beschikken. Ondanks de inspanningen van fabrieksteams van Audi, Peugeot, Honda, Opel en Toyota domineert BMW. Ze winnen alle edities tussen 1994 en 1997 en zo wordt Thierry Tassin naast Jean-Michel Martin ook zegerecordhouder, met vier overwinningen.

De kosten van de Supertoerismes swingen echter de pan uit en vanaf 1998 gelden de Superproductie-reglementen. Ondanks de aanwezigheid van heel wat (semi-)fabrieksteams bleken de weinig indrukwekkende bolides niet aantrekkelijk en de glans van de 24 uur van Francorchamps verdween snel.

Tijd om een heel andere richting in te slaan…


____

photocredits RACB