20/20: Oorlog tussen de Vipers

27 Februari 2020

Met nog drie uur te gaan bij de eerste 24 uur van Spa van het GT-tijdperk leek alles er op te wijzen dat er een spannende finish zat aan te komen. Vooraan had de #7 Larbre Viper of Christophe Bouchut, Jean-Philippe Belloc en Marc Duez een kleine voorsprong. De bolide van het Franse team had de hele wedstrijd lang een belangrijke rol gespeeld, en had na tegenvallende kwalificaties een groot deel van de wedstrijd geleid.

Maar de laatste recht lijn van de race leek eeuwig te duren voor het team onder leiding van Jack Leconte. De #3 Carsport Holland Viper kwam steeds dichterbij. Qua tempo was dit te kloppen machine. Het team van viervoudig winnaar Thierry Tassin, de ervaren Mike Hezemans en tiener Jeroen Bleekemolen was van op pole vertrokken en had tijdens de eerste uren de wedstrijd geleid. Een kapotte uitlaat zorgde echter voor een oponthoud van zeven minuten, wat hen meer dan twee ronden kostte. 

Ze kwamen terug in de race toen de leidende Larbre Viper tijdens de nacht een wiel verloor. Ook de zusterauto, de #17 Larbre, kwam nu een rol spelen, waarbij de 22-jarige Sébastien Bourdais zijn potentieel toonde. Maar net na zes uur ‘s ochtends kreeg de wagen te maken met zware remproblemen.

Op zondagochtend begon het hard te regenen. Dat baarde geen opzien – ook op zaterdag waren er al een paar buien geweest – maar toch liet men zich bij Carsport verrassen. De #3 Viper had net de leiding in handen genomen, maar toen de hemelsluizen zich openden, koos men voor slicks. Opnieuw gingen drie minuten verloren en de #7 Larbre nam opnieuw de leiding in handen.

Rond de middag zat Bouchut aan het stuur, met een voorsprong van rond de twee minuten. Een vastberaden Tassin naderde echter spoorslags. Een vijfde overwinning zou hem de meest succesvolle rijder van het evenement maken, wat de lokale held extra motiveerde. Het begon opnieuw harder te regenen en toen de jonge Bleekemolen het stuur overnam leek hij op het verzopen Spa-Francorchamps grip te vinden waar er voorheen geen was. Door de omstandigheden kwam de safety car voorrijden, wat het extra spannend maakte. Met nog drie uur te gaan was dit niet langer een uithoudingsrace, maar een sprint.

Wie op zoek is naar het moment waarop het GT-tijdperk helemaal tot bloei kwam, kan het hier vinden. Alle ingrediënten die de moderne Total 24 Hours of Spa zouden kleuren waren aanwezig: een intense strijd voor de zege, uitdagende weersomstandigheden, jonge talenten die de strijd aanbinden met gevestigde waarden – en uiteraard ook het gebrul van GT-motoren die door de Ardense bossen galmde, waardoor de druppels van de takken donderden.

Strikt genomen kunnen we de start van deze nieuwe fase in de geschiedenis van Spa eigenlijk nog wat vroeger vinden, aan het eind van het toerwagentijdperk in 2000. In zijn hoogdagen had de race de crème de la crème van toerwagenracers aangetrokken, samen met enkele overlopers van andere disciplines.

Maar aan het eind van de 20ste eeuw had de race een opfrisbeurt nodig en de organisator van de race, de Koninklijke Automobiel Club van België (RACB) besloot om over te schakelen op de snelgroeiende GT categorie.  

En daar speelde Stéphane Ratel, die met zijn SRO Motorsport Group toen het FIA GT kampioenschap organiseerde, een rol in. Het kampioenschap stak in een blakende gezondheid, zorgde voor steeds groeiend succes van de GT-racerij, maar miste nog een belangrijk element: een blikvanger op de kalender.

FIA GT had eerder al in Spa gereden, toen er in 1997 een wedstrijd over vier uur werd gehouden. Dit zou echter iets helemaal anders worden, een uitdaging voor beide partijen. Toen de poorten van de editie van 2001 werden geopend, waren er al aanwijzingen dat het een geslaagde gok was. De toeschouwersaantallen stegen duidelijk, want de fans wilden wel eens zien tot wat die GT-bolides in staat waren.

Geen enkele andere wagen vatte de nieuwe categorie beter samen dan de Chrysler Viper GTS-R. Met een achtliter V1-krachtbron in het vooronder was deze combinatie van Amerikaanse muscle car en Europese techniek een hypermoderne racebolide. In 2001 stonden er niet minder dan negen op de startgrid, de concurrentie kwam vooral van een Ferrari 550 Maranello en enkele Porsche 996 Bi-Turbo.

Allemaal leken ze zich onmiddellijk thuis te voelen op de omloop van Spa-Francorchamps. Dit was het type machine dat het nieuwe tijdperk voor de 24 Uur zou inluiden. Hun kracht bleek uit de rondetijden: de polpositie was in 2001 ongeveer 20 seconden sneller dan het jaar ervoor.

Wat ons terug naar de race van 2001 brengt, iets na enen op zondagmiddag. Het was opgehouden met regenen, en de safety car was verdwenen. Alles leek op een aanval van Carsport te wijzen, waarbij ze naar alle waarschijnlijkheid snel de leiding in handen zouden kunnen nemen. Maar toen de race ronde half twee opnieuw groene vlag kreeg, was het Bouchut die het tempo dicteerde. Bleekemolen leek niet te kunnen volgen: aan La Source ging hij achterstevoren en de Larbre Viper had al snel 45 seconden boni.

Wat volgde legde de race in zijn definitieve plooi. De Carsport Viper kwam tot stilstand aan de Bus Stop chicane. Niet voor het eerst, en niet voor het laatst, had de regen de doorslag gegeven: het elektrische systeem van de wagen was aangetast door het water.

Bleekemolen stapte uit de auto en liep naar de ingang van de pitstraat, waar een teamlid met een reservebatterij stond te wachten. Toen die aan de rijder werd overhandigd, kreeg Bleekemolen een vriendelijke tik op de schouder van een baancommissaris, maar de Nederlander reageerde niet en liep terug naar zijn stilstaande wagen. De baancommissaris wuifde met zijn vinger, alsof hij wou zeggen: ‘Probeer het maar niet’. Hij had gelijk: dat soort assistentie was strikt verboden. De wagen verdween uit de race en Bleekemolen werd voor zijn inspanningen bedacht met een boete.

Zo was de strijd gestreden. Bouchut had een kwartier voorsprong op Bourdais en kon naar de finish cruisen voor een Larbre Viper één-twee. De uiteindelijk winstmarge was vijf ronden, waardoor Bouchut en Belloc vier manches voor het eind zeker waren van de 2001 FIA GT-titel. Het Belgische trio van Silver Racing - Robert Dierick, Eric De Doncker en Vincent Dupont – finishten mooi derde, waardoor Viper het hele podium bezette.

Wie nu terugblikt op 2001 kan misschien denken dat het een volledig ander evenement is dan wat we nu kennen. Een ouderwetse endurancestrijd, waar men nog een zekere voorzichtigheid achter de hand moest houden, en er niet te veel heisa moest worden gemaakt rond kleine problemen. Vraag het aan iedereen die het volledige GT-tijdperk hebben meegemaakt en ze zullen het er allemaal over eens zijn: zo een race is het nu niet meer. Nu wordt er tijdens de Total 24 Hours of Spa van bij de start tegen 98 procent gereden, en een kleine tegenslag kan er voor zorgen dat er niet voor de zege gestreden wordt, maar dat men maar net binnen de top-10 weet te finishen.

In 2001 werd er een nieuwe basis gelegd. Er werd de wereld getoond dat voor deze grootse race GT de toekomst was, en dat er in dit nieuwe tijdperk opnieuw kon worden aangeknoopt met internationaal succes. Maar pas tijdens de volgende jaren werd het evenement gekneed tot wat het nu was. Zo vormde 2001 enkel de start van dit nieuwe verhaal.

photocredits George Decoster