De snelle gezinnen die samen de Total 24 Hours of Spa reden

9 April 2020

Toen broers Jean-Michel en Philippe Martin in 1979 naar de zege in de 24 Uur van Francorchamps reden zorgden ze voor een première: ze waren de eerste broers die samen de overwinning wisten te veroveren. Het duo won ook het jaar nadien, en Jean-Michel zou later nog twee keer zegevieren, maar dan zonder zijn broer.

Hun prestatie is nog nooit geëvenaard, maar dat is niet omdat het nooit geprobeerd werd. Tijdens het GT-tijdperk van de Total 24 Hours of Spa viel het wel meer voor dat gezinsleden een wagen deelden. Tijdens de afgelopen twee decennia waren er zelfs maar drie edities – 2014, 2015 en 2016 – die het zonder ‘gezinswagen’ moesten stellen.

2018 was de meest recente uitgave waarbij broers op het algemene podium stonden. Die prestatie viel toe te schrijven aan Kelvin en Sheldon van der Linde, die met een Land Motorsport Audi – een wagen die ze deelden met Jeffrey Schmidt – als derde finishten. Kelvin, de oudste van het broederpaar, legt de voordelen van zo een samenwerking uit.

“In het geval van mijn broer en mezelf is het heel eenvoudig: we hebben een zo goed als identieke rijstijl”, vertelt hij. “Bovendien delen we ook dezelfde ruggensteun voor de zetel, dus die hoefde ook nooit worden te vervangen. Het voelt alsof je thuis in je favoriete sofa valt!”

“Iemand die weet wat je denkt zonder dat je het hoeft uit te spreken is heel waardevol in racen”, gaat hij verder. “Bij het wisselen van de rijder kan je heel wat opsteken uit de lichaamstaal. Om twee of drie uur ’s ochtends ben je mentaal stikkapot, maar je weet wat de ander voelt, zonder iets te hoeven zeggen. Zo kan je blijven pushen en dat is echt een coole wisselwerking.” 

Britten Alex en Chris Buncombe waren teammaten in 2010 en 2013, twee keer aan het stuur van een Nissan van het RJN Motorsport team van Bob Neville. Net zoals Kelvin is Alex nog altijd heel enthousiast over de ervaring. 

“Beter bestaat gewoon niet. Je broer als teammaat hebben is gewoonweg fantastisch”, stelt Alex, die nu deel uitmaakt van het GT3-programma van Bentley.

“In 2010 was het de eerste keer dat ik Spa reed met Bobs team, dus op dat ogenblik was het de grootste race van mijn hele carrière. Als je dat met je broer kan delen, is dat iets heel bijzonder.”

“We waren allebei heel competitief en we wilden eigenlijk allebei sneller zijn dan de ander, waardoor we net dat beetje meer pushten”, gaat hij verder. “Het verandert je hele instelling. Sneller zijn dan je broer is beter dan je teammaat kloppen, dus je kan net dat beetje meer.” 

Jammer genoeg kregen de Buncombes bij hun beide gemeenschappelijke deelnames met pech af te rekenen: in 2010 moest de RJN Nissan al vroeg met technische problemen naar de kant, terwijl de wagen van Alex Buncombe in 2013 al na een uur in de vangrails in de Raidillon schoof, toen het wiel linksachter het begaf.

“Het was zo jammer dat we bij geen van beide races die we samen reden konden finishen”, stelt Alex, die er sinds zijn debuut in 2010 al iedere keer bij was in Spa. “Ik zou Spa heel graag nog een keer samen met Chris willen rijden. Dat zal niet dit jaar gebeuren – dan zit hij in de McLaren en ik in de Bentley – maar het is al plezant dat we samen op de grid staan. Dat mag nog lang zo blijven.”

De van der Lindes en Buncombes zijn slechts twee van vele voorbeelden van gezinsleden die tijdens de 24 Uur een wagen deelden. Maar misschien is het meest interessante verhaal wel dat van de Felbermayr/Ried auto, die werd bestuurd door twee vader-zoonduo’s. 

Tussen 2002 en 2006 reden Horst Felbermayr sr. en zoon Horst jr. vijf keer samen met Gerold en Christian Ried. Telkens gebeurde dat voor het Proton team van Gerold (dat in 2007 naar Team Felbermayr-Proton werd omgedoopt) en telkens was dat aan het stuur van een Porsche. Hun debuut was niet meteen om over naar huis te schrijven: al na 14 ronden kreeg de wagen technische problemen en later werd het team gediskwalificeerd wegens het ontvangen van externe hulp. 

Ook in 2003 haalden ze het einde niet, maar in 2004 zetten ze hun beste resultaat neer: een meer dan respectabele negende plek algemeen, en vijfde in de heel competitieve N-GT klasse. Ook bij de twee volgende deelnames maakte het kwartet de 24 uur vol, met een 16de plaats in 2005 (goed voor een podium in de GT2-klasse) en een twaalfde in 2006.

Horst sr. overleed in maart 2020. De man was een enthousiast gentleman driver, die meer dan eens zijn wagen deelde met zijn zoon. Hij zette zo een heel bijzondere reeks neer in Spa.

De Felbermayr/Ried ‘double act’ reed vijf keer samen, een aantal dat nog niet verbeterd werd. Al reden ook twee andere familiale duo’s hetzelfde aantal bijeen. Toen de Proton Porsche in 2004 als negende finishte, waren ze zelfs niet eens de beste ‘gezinswagen’ aan de finish. Eén plaatsje hoger finishte immers de #71 JWR Porsche van David en Godfrey Jones, die voor de tweede keer aan de start stonden van de 24 Uur. 

De Jones tweeling was heel bekend in eigen land, niet in minst voor het winnen van de Britse GT-titel in 2009. Nadat ze in 2003 en 2004 samen de 24 Uur hadden gereden met een Porsche, kwamen ze in 2008 met de aparte Ascari KZ1 op de proppen. Zonder succes evenwel. Een switch naar de Mercedes-Benz SLS AMG GT3 leverde in 2011 een elfde plaats algemeen op, wat de tweeling en teammaat Mike Jordan ook als tweede in Pro-Am liet finishen. Bij een laatste poging in 2012 moesten ze voortijdig de strijd staken. 

De andere gezinsleden die vijf keer samen de 24 Uur hebben gereden zijn de broers Van der Zwaan, Arjen en Rob. Eind de jaren negentig vormden de broers Zwaan’s Racing en voor een relatief klein team waren ze best succesvol te noemen. Jammer genoeg haalden ze in Spa nooit de finish. Tussen 2002 en 2004 bestuurden de broers een Chrysler Viper, om dan in 2005 over te schakelen naar een Maserati MC12. Na een korte break kwamen ze in 2009 nog eens terug met een Saleen, maar ook dat leverde een opgave op. 

Ondanks die vijf DNF’s kunnen de Van der Zwaans wel zeggen dat ze drie van meest iconische GT-bolides ooit hebben bestuurd. Ze kregen bovendien het gezelschap van een paar illustere teammaten, waarbij ook voormalige winnaars Marc Duez en Christophe Bouchut. In 2004 waren hun wagens zelfs getooid in een GTR-sponsorkleedje – het officiële FIA GT videogame. Dus al haalden ze nooit de finish, in de kijker reden ze zich wel. 

Er vielen in de loop der jaren nog een paar andere regelmatige gezinsuitstapjes te noteren. Jean-Charles en Philippe Levy raceten drie keer samen, met een 21ste plek in 2005 als beste resultaat. Recent zagen we nog de Schothorst broers, Steijn en Pieter, en ook de tweeling Alfred en Robert Renauer reden een paar keer samen.

Bij de gezinsteams noteren we verder nog een paar one-offs, zoals voor de Bleekemolens (2001), Urbans (2007), Desbruères (2008) en Greg en Leo Mansell, zonen van F1 kampioen Nigel Mansell in 2011. In 2002 startte er nog een ‘dubbele’ gezinswagen, toen de Hauchard broers een Porsche 911 GT3 deelden met vader en zoon Ruffier, Jean-Claude en James. In 2003 finishten broers Koen en Kris Wauters – ja, die van Clouseau – als negende algemeen en tweede in de G2-klasse.

Maar om Jean-Michel en Philippe Martin te evenaren is er misschien een nieuw Belgisch broederduo nodig. Laurens Vanthoor wist in 2014 al in Spa te winnen, en jongere broer Dries is één van de meest getalenteerde jonge GT-rijders. Op dit ogenblik rijden ze voor concurrerende merken - Laurens voor Porsche en Dries bij Audi - maar mochten ze ooit samen aan de start van de 24 Uur staat, dan zouden de broers Vanthoor zeker bij de potentiële zegekandidaten horen.

Terug naar de van der Lindes dan. Hun derde plaats in de Total 24 Hours of Spa van 2018 zorgde er voor dat het Zuid-Afrikaanse duo de eerste gezinsleden waren die samen op het podium stonden sinds de Micangeli broers in 1986 hetzelfde deden. Nu hij terugdenkt aan die dag, kan Kelvin perfect samenvatten wat het delen van een racebolide met een gezinslid zo bijzonder maakt. 

“Sheldon zo een goede prestatie zien neerzetten maakte me echt heel trots”, stelt hij. “Als zijn broer voelde het aan alsof ik twee doelen tegelijk had bereikt. Ik was zo blij dat hij in zo een belangrijke race een podiumplaats had behaald, meer zelfs dan voor mijn eigen prestatie. Tuurlijk is het ook leuk als je zelf naar een succes kan rijden, maar eigenlijk race ik nog altijd om andere mensen trots te maken. Als ik mijn familie blij kan maken, schenkt me dat heel veel voldoening.” 

Samen in de Total 24 Hours of Spa racen is zeker niet een doorsnee gezinsuitstapje. Maar als alles goed gaat, is er niet veel beters te vinden.

___